Het is alweer een aantal jaren geleden. Mijn konijn heeft een zak cocaïne aangevreten en is uit de tuin ontsnapt. Het is een wit konijn, dus het zou moeten opvallen. Gestrest bel ik aan bij alle buren. Niemand reageert. Niemand helpt. Alleen en in paniek klim ik over schuttingen om in de tuinen te zoeken. Ik duw takken opzij en duik onder bosjes. Geen konijn. Dan staat mijn beste vriendin achter me. Er is iets ergs gebeurd. Haar vader is ontvoerd en we moeten over een uur in het park zijn om met de ontvoerders te onderhandelen. Haar moeder is niet thuis en er is niemand anders die mee kan. We moeten met de bus. Nu meteen. Ik sta voor een dilemma. Mijn konijn, dat waarschijnlijk een angstige bad trip heeft van de coke loopt ergens verloren rond, maar ik kan mijn vriendin nu niet laten stikken.

 

We stappen in de bus. Ik probeer mijn moeder te bellen, om te vragen of zij dan het konijn wil zoeken, maar ze neemt niet op. Het is warm in de bus en iemand schuift het luik in het dak open. Het helpt niet, er staat zelfs geen zuchtje wind. Ik bijt op mijn nagels. De bus rijdt langzaam, het verkeer schuift nauwelijks op. We raken opgefokt, hebben haast om er te zijn. Dan –in een flits- zie ik een voorwerp door het openstaande raam naar binnen suizen. Iemand vangt het op. ‘Een bom’ roept hij. ‘Een bom!’ en gooit het ding naar iemand anders. Ik sta op, wil weg uit de bus, maar kan geen kant op. De chauffeur heeft niets in de gaten en de deuren blijven dicht. Mensen staan te dringen en duwen me opzij. De bom wordt heen en weer gegooid. Dan rolt hij over de vloer. Een man schopt hem weg. In mijn richting. In hoge snelheid suist het ding mijn kant op. Er schiet van alles door me heen, maar wat ik moet doen? Wegschoppen, wegduiken? Als het ding vlak voor mijn voeten is, pak ik het op. Het raam staat nog open. Snel. Ik gooi. 

 

Voor ik weet wat de afloop is, schiet ik wakker. Mijn hart gonst in mijn hoofd en het klamme zweet staat op mijn voorhoofd. Ik heb het koud en ben bang. Langzaam dringt tot me door dat ik veilig ben. Het is nacht en mijn konijn zit veilig in zijn hok. Ik zit niet in een bus en ben ook niet in een bus geweest. Mijn vriendin zal ongetwijfeld rustig slapen. Ik doe het licht aan en probeer het nare gevoel van me af te schudden.    

 

Vrouwen hebben vaker en engere nachtmerries dan mannen. Ook hebben vrouwen over het algemeen meer emotionele dromen. Ze dromen intenser, waardoor de dromen een diepe indruk achter laten. Dat blijkt uit een onderzoek uitgevoerd door een Britse universiteit onder 170 slapers. Volgens de wetenschappers is de maandelijkse cyclus van vrouwen de oorzaak van de heftige dromen. Deze zorgt namelijk voor temperatuurwisselingen van het lichaam en die hebben invloed op het droomgedrag.

 

Schaduwen besluipen

het meisjesbed

spelen een grimmig spel

achter gesloten ogen

nemen lucht weg

sluiten deuren

er is geen uitweg

tot na lange seconden

of zijn het minuten

uren?

het licht verlossing biedt

klam van zweet

viert een bonzend hart

de heldendaad

van een nieuwe dag

Keane – A bad dream

Doe Maar – Bang

Advertisements