Mijn vriendje had het uitgemaakt. De liefde van mijn leven. Dat hakte er flink in. Maar aan ieder verdriet (om een man) moet een einde komen. Na een jaar van intense rouw lag ik op de bank te kijken naar Bridget Jones, die in haar katoenen pyjama snotterig –ook op de bank- zichzelf ontzettend zielig vindend, uitbarst in het liedje ‘All by myself. I don’t wanna be all by myself. Anymoooooooooooore’…

En toen wist ik het. Zo wil ik geen dertig worden. Niet als Bridget, die haar leven invult met zelfhulpboeken (Wat willen mannen? Van een gescheiden man houden zonder je verstand te verliezen. Hoe blijf ik niet alleenstaand. enz.), omdat ze het anders ook niet weet en niet wil sterven als een oude, gerimpelde vrijster. Dus ik van die bank af, de figuurlijke pyjama uit, zelfmedelijden aan de kant en terug het leven in. Op zoek naar een nieuwe liefde.

Alleen: hoe doe je dat? Als je omgeving bijna alleen nog maar uit vrouwen bestaat? Internetdaten scheen –als ik de media mocht geloven- heel normaal te zijn, dus waarom ik niet? Dat ‘heel normaal’ viel trouwens behoorlijk tegen. Als ik erover vertelde reageerden mensen steevast negatief (Gevaarlijk! Raar! Met een vreemde? Onromantisch!). Maar goed, ik laat me over het algemeen niet leiden door anderen en ging het gewoon eens proberen.

De eerste date had geen ‘happy ending’. Ik had een afspraakje met een jonge Vlaamse kunstenaar uit Rotterdam. We zouden elkaar ontmoeten in het museum. Mooie man, warme stem, spanning in de eerste blikken. Dit kon wel wat worden dacht ik. De eerste minuten waren bijzonder, zowel verlegen als steels. Naast elkaar door het museum lopend, zachtjes pratend, af en toe per ongeluk een schouder die een arm raakte.

Maar binnen een kwartier kwam de ware kunstenaarsaard boven. Mijn verhaal bleek niet meer interessant, de kunst werd het hoogste goed. De kunstenaar nam een voorsprong en raasde als een bezetene door de ruimte, mij meters achter zich latend. De meeste werken vond hij niets, liet hij neerbuigend blijken. Dat ik zelf wilde kijken en een mening vormen werd niet gewaardeerd. Er moest vooral niet gesproken worden over wat ik zag of ervoer. Er werd slechts gesproken over de jonge kunstenaar. Over zijn projecten en zijn mening over kunst. Ik had al snel in de gaten dat ik nooit zijn muze zou worden. Na afloop hebben we nog een kop thee gedronken op de Witte de With. Zijn ogen waren prachtig en zijn stem deed me smelten als boter, maar buiten dat werd het niet veel beter. Ik was geen kunst genoeg om zijn aandacht vast te houden.

Op het station kreeg ik een kus en hij zei: Ik bel je nog wel, maar ik vermoedde al dat niet zou gebeuren. Dat had ik gelukkig al geleerd uit het enige zelfhulpboek dat ik in mijn kast heb staan. Een boek voor iedereen die wel eens hoort of zegt: ‘Ik bel je nog wel’. Daarin staat dat een man zich na de eerste date met een vrouw beseft dat:

1) hij stapelgek op haar is
2) hij niet van plan is haar ooit weer te zien
3) hij zich in de nesten gaat werken
4) hij haar zaterdag misschien meeneemt naar het feestje

Wat hij ook denkt, hij zégt: ‘Ik bel je nog wel.’
Dat is zo’n beetje een vierde kans dat je nog eens gebeld gaat worden.
En inderdaad. De telefoon bleef angstvallig stil.

Inmiddels ben ik twee jaar, verschillende andere mislukte dates, onbereikbare mannen en een buitenlandse relatie verder en weer aangebroken bij Bridget Jones. Met het verschil dat zij in deel twee al haar zelfhulpboeken in de prullenbak heeft geflikkerd en het mijne nog steeds in de kast staat (want stel er is nog eens iemand die zegt dat hij me nog wel belt) en zij de liefde van haar leven heeft gevonden terwijl ik nog steeds in mijn flanellen pyjama wanhopig en bovendien vals zing dat ik niet ‘all by myself’ wil zijn…

 

Bridget Jones – All by myself (Celine Dion)

 

Sarah Bettens – Leef!