Op 8 september kopten de kranten met ‘Griezelfilm wordt meisje teveel’. Een 13 jarig meisje had met haar vriendin naar een enge film gekeken. De meisjes waren zo angstig geworden dat ze zich hadden opgesloten in de ouderslaapkamer. Toen ze geluiden meenden te horen raakten de meisjes in paniek en besloten uit het raam naar buiten te klimmen. Door een spin in de venterbank schrok een van de meisjes zo dat ze naar beneden stortte en een bekkenfractuur op liep.

 

Toen ik dertien was hoefden mijn vriendin en ik niet eens griezelfilms te kijken om elkaar op de kast te jagen. We logeerden zeker twee keer per week bij elkaar en als we dan onder onze dekens lagen, klaar om te gaan slapen, waren enkele woorden genoeg om de rest van de avond en nacht geen oog meer dicht te doen. De lange, slijmerige arm die onder het bed vandaan zou komen om mij te pakken, bezorgt me nog steeds rillingen. De buitenaardse wezens die ieder moment door het grijze wolkendek tevoorschijn konden komen en dan door het zolderraam naar binnen zouden kruipen ook. En dan was er de slang. We hadden een boek in de kamer liggen met op de voorkant een grote foto van een nog grotere slang. Die werd ons teveel. Na een half uur zo gegriezeld en gesidderd te hebben dat we het niet meer hielden van angstigheid stonden we huilend beneden. De ouders van mijn vriendin waren woest. Dertien en dan niet meer in staat fantasie en realiteit te scheiden! Met een reprimande (we mochten het vooral niet meer in ons hoofd halen om elkaar ooit nog eens zo op te jutten) en een sanctie die ons boven het hoofd hing (een maand lang geen logeerpartijtjes meer als we elkaar bleven bang maken), togen we terug naar bed.

 

Ik begrijp de meisjes die in staat waren uit het raam te klimmen dus wel. Je wordt van pure ellende tot wanhoop gedreven. Als het niet door je eigen griezelfantasieën is, dan wel door het gedrag van hoofdrolspelers in griezelige scènes.

 

Neem nu Gwen en Maddie. Die hebben per ongeluk Adam vermoord en toen in paniek begraven. In de dagen na zijn dood krijgen ze steeds vreemde berichten. Zijn stem op hun voicemail. Een pakje met zijn initialen. Zou er iets mis zijn gegaan? Hebben ze hem soms levend begraven en is hij onder de grond vandaan gekomen? Gwen is alleen thuis. Ze woont aan de rand van een donker bos en haar echtgenoot Will is niet thuis. Wind jaagt om het huis, bomen kraken. Een klein schemerlampje geeft het enige licht in de woonkamer. Er hangen geen gordijnen in het huis en schaduwen sluipen langs de ramen. De camera beweegt onrustig. Heftige muzikale inzet. Het geluid van zware ademhaling, hartkloppingen. Is ze wel alleen thuis? Is Adam soms hier om haar ter verantwoording te roepen? Gehaast loopt ze door het huis, opent paniekerig alle deuren. Zwetend, angstig, af en toe een gil slakend.

 

Ik begrijp dat Gwen bang is. Niet zozeer door de mogelijkheid dat Adam nog leeft, want wij weten als kijker wel beter. Nee, ik zou me ook van alles in mijn hoofd halen als ik alleen was in een huis aan de rand van het bos. In het donker. Zonder gordijnen voor de ramen! Wie verzint het? Dat je de hele avond in een zwart gapend gat moet kijken. Daar zou ik ook als ik geen moord op mijn geweten had nog paranoia van worden.

 

Waarom hebben filmpersonages toch altijd de neiging altijd het gevaar op te zoeken? Vrijwillig? En wat is toch die drang om vrijwillig het gevaar op zoeken? In bijna iedere griezelscène zoeken de potentiële slachtoffers de confrontatie op. Ze schijnen rond met een zaklamp, lopen midden in de nacht de tuin in en kijken in ieder hoekje en gaatje of daar hun toekomstige moordenaar verscholen zit. Dat alleen al lijkt mij een regelrechte zelfmoordpoging. Als je niet wordt neergestoken, besterf je het toch in ieder geval aan een hartverzakking. Nee hoor, als ík zou vermoeden dat er bij mij in huis een uit de dood opgestane jongen zou rondzwerven, zou ik me veilig achter een kast verstoppen en me net zolang stil houden tot het gevaar geweken is.  

 

Ik ben inmiddels geen 13 meer. Toch word ik nog steeds paniekerig als ik dit soort scènes kijk. Ik spring wellicht niet uit het raam, maar houd het liefst nog wel een kussen voor mijn ogen. Niet zozeer uit angst, maar omdat ik het gedrag van de slachtoffers gewoonweg niet kan aanzien. Grote irritatie maakt zich van mij meester en van mijn nagels blijft uit frustratie weinig over dan korte stompjes. Ik zou het liefst naar ze willen roepen: doe dat nu niet! Ga toch niet vrijwillig lijden! Ga toch niet op zoek naar je eigen moordenaar! Kruip nu toch onder die bank! Alsjeblieft?

 

Tegen de slijmerige arm onder het bed kan ik weinig doen, maar gelukkig heeft de televisie een knop. Dan hoef ik tenminste niet uit het raam te klimmen. Dat scheelt weer een fractuur.

 

The Doors – Who scared you?

 

 

 

Iron Maiden – Fear of the Dark