Er bestaat een recept voor een erg geslaagde avond. Het werkt voor mij althans al een jaar of twintig gegarandeerd.

Eigenlijk is het enige onzekere ingrediënt het gezelschap. Dus op de avond na de heidag vorige week twijfelde ik aanvankelijk of het kon werken. Niet omdat ik mijn collega’s vervelende mensen vind. Integendeel, ik waardeer ze zeer: sympathiek, prettig gevoel voor humor, goede professionals. Maar het zijn wel collega’s, als u begrijpt wat ik bedoel.

Zo’n collega had gevraagd of ik mijn gitaar wilde meenemen. Ik had aarzelend toegestemd, want ik vreesde genante taferelen: verlegen getokkel, tandenknarsend zwijgen, beleefd applaus, dat werk.

Maar toen kwam het tweede ingrediënt erbij. Het vloeide rijkelijk en maakte de tongen losser, de gesprekken luchtiger, het lachen luidruchtiger. Een bezoek van de Goedheiligman en enkele hilarische gedichten zetten daarbij de toon. En mij over mijn terughoudendheid heen.

En dan blijkt dat het derde ingediënt- muziek- veel betekent voor mensen: ontspanning, emotie en vooral  herinneringen. Zoals een van de dames opmerkte, muziek is de ultieme tijdmachine.

In een prachtig oud landhuis, met eikenhouten lambrisering en een hoog plafond, waren we goed op dreef: twee dames, twee heren. Live and unplugged, en bij vlagen zelfs meerstemmig. Acht anderen kletsten wat en dronken nog een glaasje. En werden nu en dan zelfs verleid tot applaus.

We hebben vroeger op de achterbank van de auto’s van onze ouders veel dezelfde liedjes gehoord: van The Stones tot Springsteen, en van Janis Joplin tot Simon & Garfunkel. In eenzame studentenkamers met K’s Choice en De Dijk dezelfde wanhoop weggespoeld. En natuurlijk traantjes weggepinkt bij Stevie Nicks of The Dixie Chicks en Marvin Gaye.

In die geest en omstandigheden blijft het een prachtig en tragisch nummer, om uit volle borst mee te zingen, over the Day the Music Died…

Advertisements