Lezers,

Gisteren heeft u 3vandaag moeten missen. Het was niet dat wij uw belangen als lezer niet hoog in het vaandel hebben. Integendeel. Gisteren echter zaten wij lange tijd vast in een trein. “Vast??”, zult u zich afvragen. Ja, vast. De trein stond stil. Goed twee uren lang. En de deuren bleven dicht. Nu was dat laatste op zich niet relevant. Wij bevonden ons namelijk in The Middle of Nowhere. Dus waren de deuren open gegaan, dan had dat geen verandering gebracht in de gebrekkige voortgang van onze reis. Uiteindelijk arriveerden wij 3 uur later dan verwacht weer thuis.

U kent ons goed genoeg om te weten dat dergelijk ongerief aan ons adres de Spoorwegen normaal gesproken op een vlijmscherpe sneer via dit medium was komen te staan. Nu onthouden wij ons hiervan. De lange stilstand van de trein was namelijk gelegen in, wat men in treinvaktermen pleegt te noemen, ‘aanrijding met persoon’. Gezien de lokatie, ver van spoorovergangen, waar de trein plots stopte ging het om een zelfmoord.

Nu is het doorgaans al zo dat bij ongerief in de trein er sprake is van een plotselinge verandering in de sfeer in een trein. Daar waar iedereen zich doorgaans zo veel mogelijk onthoudt van ieder contact met de medereiziger, is er plots sprake van een ‘wij-gevoel’. Een dergelijk gevoel ontstaat doorgaans het makkelijkst wanneer zich een gemeenschappelijke vijand aandient. In de trein is dat de NS. In dit geval echter lag de situatie iets anders.

Al direct na stoppen werd door de intercom gemeld dat wij kennelijk iets geraakt hadden met de trein, en dat men thans op onderzoek uitging. Even later zagen wij inderdaad het schijnsel van een zaklamp op de lichtbesneeuwde grond. De conducteur liep zoekend door de koude avond buiten langs de treinstellen. Goed een half uur later volgde het bericht dat wij een persoon hadden geraakt en dat wij moesten rekenen op een uur of anderhalf vertraging.

In tegenstelling tot vertragingen vanwege natte bladeren op de rails, of iets dergelijks, was het dus onmogelijk de NS in deze als ‘de vijand’ te zien. Zij kunnen een actie als deze niet voorkomen. Evenmin kan verwacht worden dat de dader/slachtoffer van het ongeluk langs de rails wordt achtergelaten. Het was iedereen in de trein helder dat het ongepast zou zijn in dit geval het wij-gevoel te voeden met snerende woorden aan het adres van de NS. In plaats daarvan ontstond een vrij serene sfeer. Iedereen was stil. Hooguit werd af en toe op zachte toon gesproken. Zojuist was er een mensenleven geëindigd door onze trein. Zojuist had een machinist dit waarschijnlijk al seconden lang zien aankomen zonder in staat te zijn er nog iets aan te doen. Zojuist moest een conducteur op pad om vast te stellen dat het inderdaad een mens was die onder de trein gekomen was.

In de trein zelf ontstonden natuurlijk discussies over waarom iemand zoiets zou doen. De donkere dagen? De feestdagen voor de boeg? Het bleef gissen. De discussie spitste zich op een gegeven moment toe op de keuze van het instrument van levensbeëindiging. Men was het er over eens dat het voor het treinpersoneel gruwelijke gevolgen heeft wanneer men een aanstormende trein kiest. Dan liever slaappillen of iets dergelijks. Men kon echter ook wel inzien dat degene die voor een trein springt op dat moment waarschijnlijk niet uitblinkt in rationele afwegingen, en dat een moreel oordeel daarover dan ook geen garen spint. Degene moet in hoge geestesnood verkeerd hebben. Al met al waren wij geroerd door de respectvolle manier waarop deze willekeurige groep treinreizigers spraken over het slachtoffer en het NS-personeel.

De speciale sfeer die er in onze trein was ontstaan bleek ons enige tijd later pas echt. Bij het volgende station werd ons namelijk verzocht over te stappen op een andere trein. In die tweede trein voegde zich een tweede groep bij ons. Deze tweede groep had niet in de ongelukstrein gezeten, maar in de trein daarachter. Zij hadden het incident niet van dichtbij meegemaakt, maar waren via een andere route op het volgende station terechtgekomen. In die trein was de sfeer compleet anders geweest. Daar had men de standaard ‘Fuck the NS’-houding aangenomen. In mijn nabijheid leidde dit verschil op enig moment tot wrijving tussen de twee reizigersgroepen. Een Heer uit de omrijdtrein was schuin tegenover ons gezeten. Een Dame van middelbare leeftijd, die wij uit onze ramptrein herkenden, zat daarnaast. Het heerschap zat al enige tijd hardop te mopperen over de opgelopen vertraging. Toen hij echter te kennen gaf bij aankomst op zijn doelstation onmiddellijk een formulier te zullen gaan halen om zijn reisgeld terug te vorderen vanwege deze vertraging, werd het de Dame te veel. Haar ogen vlamden toen zij hem kort maar zeer krachtig te kennen gaf geen prijs te stellen op zijn gezanik, maar als hij dit ‘bloedgeld’ terug wilde halen, hij dat vooral moest doen. De Heer in kwestie schrompelde ineen vol onbegrip: normaal deed dit soort retoriek het zo goed in de trein. Hoewel een dergelijke gebeurtenis een tragische blijft, leverde het dus een boeiende psychologisch schouwspel op.

Lezers, wij zullen nooit weten wat een persoon op een koude novemberavond ertoe bracht zich voor onze intercity te storten. Ongetwijfeld heeft hier een lange periode van ongeluk en ellende aan ten grondslag gelegen. Wellicht laat hij of zij nabestaanden achter die zich de komende tijden in droefheid en twijfel af zullen vragen waarom het zo gegaan is, en of zij er schuld in hadden of het hadden kunnen voorkomen. En dan zijn er nog de machinist, de conducteur en de hulpdiensten, die met de gruwelijke gevolgen van de aanrijding geconfronteerd zijn, en wellicht in hun hoofd hiermee nog vaker geconfronteerd zullen worden. Als men al dit verdriet beziet, lijkt twee uur stilstaan erbij ineens nog ruim aan de korte kant.

 

Aanrijding met Persoon

De trein snelt voort
Door de bitterkoude nacht.
Twintig minuten nog tot Amersfoort,
Waar de warme kachel wacht.

Zo plots als het remmen begon
Overheerst nu de stilte.
Slechts nog ‘t licht der wagon
Snijdt vlakken uit ‘s winters kilte.

De minuten verstrijken,
Terwijl mijn eindstation
Steeds verder lijkt.
De trein staat stil
en gelaten toe te kijken
Hoe jij het jouwe nu al hebt bereikt.

-Marc, december 2008-

 

R.E.M. – Everybody Hurts

 

Pink Floyd – The Final Cut

 

Kix – Don’t Close Your Eyes