Op een mooie zomerdag een paar jaar geleden organiseerde mijn oude lagere school een reünie. Hoewel ik al tijdens mijn middelbare schooltijd elke binding met het dorp waar ik opgroeide was verloren, besloot ik toch om erheen te gaan. Natuurlijk vooral om erachter te komen hoe het mijn klasgenoten de afgelopen twintig jaar ofzo was vergaan.

Het werd een veel leukere bijeenkomst dan waar ik mij van tevoren op had ingesteld. Met een paar vrienden van toen was het goed om herinneringen op te halen, maar kwamen er ook geanimeerde gesprekken over ‘hier en nu’. Zonder uitzondering hadden we met elkaar gemeen dat we na de middelbare school uit het dorp waren weggetrokken. Studie, militaire dienst, de liefde, werk: alles grepen we aan om het gat zo snel mogelijk te verlaten. Een klasgenoot van toen woont na zijn echtscheiding weer bij zijn moeder. Een vriendinnetje is na wat omzwervingen weer teruggekeerd en is behalve verpleegster in het streekziekenhuis nu  barvrouw in het lokale café. Die behoefte om behoeftigen te verzorgen zit kennelijk nogal diep.

Het geeft wel een beetje de tragiek aan van het dorp: een eigen, honkvaste  dorpsgemeenschap is er bijna niet. De bevolking bestaat vooral uit personeel dat op de vliegbasis is gestationeerd en hun gezinnen- althans nog wel, want het veld wordt binnenkort gesloten. Mensen met een beetje talent en ambitie hebben er weinig reden om te blijven, en blijven vervolgens weg.

De afgelopen dagen heb ik met de buurt doorgebracht op het ijs. Er ligt 18cm op de vijver voor ons huis, voor het eerst sinds de aanleg van deze VINEX-wijk. Dat was voor een paar buurmannen en -vrouwen reden om vrijdagavond met sneeuwschuivers en bezems een schaatsbaan aan te leggen. Een paar honderd wijk- en stadgenoten en hun kroost hebben er de zaterdag krabbelend, zwierend en schuivend plezier van gehad. En aldus trakteerden wij ijsmeesters onszelf gisternamiddag bij het vallen van de duisternis maar op ketels snert, chocolademelk en glühwein, gegarneerd met rum, roggebrood met spek en fricadellen. Om vervolgens- in de beste après-ski traditie- om negen uur des avonds licht beneveld en na een warm bad met de kippen op stok te gaan.

Vandaag herhaalde de dag zich- zij het met beduidend meer spierpijn, wat minder glühwein dan maar, en met nog méér volk op het ijs. Mensen groetten elkaar hartelijk en maakten vriendelijk een praatje; er werd gelachen en genoten. Het leek wel een dorp.

James Taylor – Our Town (uit Cars)

Advertisements