Lezers,

Vandaag verlieten wij het kantoorgebouw waar wij werkzaam zijn aanzienlijk later dan gepland. Het was een pittige werkdag. Met de mp3-speler net aan zien wij de bus net voor ons vertrekken. Dat wordt dus een kwartiertje wachten. Het druilt. Het druilt behoorlijk zelfs. De combinatie van druilen met de invallende herfst maakt dat het ook al flink schemert. Maar het meest nadrukkelijk druilt het toch.

Wachtend op de bus staren wij een beetje wezenloos voor ons uit. Moe van het werk luisteren wij naar de muziek op onze oren. Terwijl het verkeer, dat het centrum halstarrig tracht te verlaten langs ons heen schuift, dromen wij weg.

Wij zien onszelf bij de bushalte staan. Het regent harder nu. In een film zou het anders gaan, bedenken wij onbewust. In van die romantische films met Hugh Grant (u heeft ze allemaal wel eens moeten zien met uw ega) zou dit het decor van een beslissende scene zijn. Onverwacht zou zich een oud, dofrood Alfaatje Spider losmaken uit de verkeersmassa. De verweerde leren kap dicht tegen het eerste echte vallende water van het najaar. Zij zou over de passagiersstoel reiken om de deur aan mijn kant open te gooien. Zij roept iets onverstaanbaars en wij kijken verward en onzeker rond of ze het tegen ons heeft, zoals Hugh dat ook zou doen. Langzaam dringt dan door dat ze niet de weg wil weten, maar dat het gewenst is dat wij instappen. Dat doen wij dan maar. Dat hoort er een beetje bij in een film, toch? Wij hebben de deur nog niet dichtgetrokken of zij trekt bruusk op, drukt het autootje tussen de rij auto’s die net willen optrekken voor het groene stoplicht en weg zijn we.

De auto is warm en droog en vervuld van de geur van leer en haar parfum. Ze is blond, halflang haar en haar gezicht doet vermoeden dat ze kuiltjes heeft als ze lacht. In de achteruitkijkspiegel stellen we vast dat ze groene ogen heeft. Ze kijkt me even aan in het spiegeltje met een blik alsof ze wil zeggen: “Ik weet wel dat je naar me kijkt”. 

Het duurt enige minuten voor zij even opzij kijkt en vraagt: “Waar gaan we heen?”. Verwarring slaat toe: bedoelt ze ‘wij’ zoals een politie-agent dat ook bezigt: “waar zijn wij mee bezig, meneer?”.  Of is het meer bedoeld in de zin van: “waar gaan wij getweeën heen?”. Hoe zou Hugh dit aanpakken? Waar is een scriptschrijver als je er een nodig hebt? Verdomd lastig nog zo’n film als je onvoorbereid bent.

Alsof ze onze vertwijfeling voelt, kijkt ze even kort peilend opzij. Ja hoor, ze heeft kuiltjes als ze lacht! En wat maken wij van die lach? Haar gezicht mag dan onschuldig zijn, wij meenden in die lach toch iets anders te ontwaren. Toch? Wij beginnen een zin uit te spreken en lopen daarbij onmiddellijk vast in onze woorden. Wij menen te zien dat haar lach zich iets verbreedt bij het horen van dergelijke door haar veroorzaakte verbale incompetentie.

Wij hervinden ons en brengen een verstandig: “Waar moet jij ongeveer heen?”. Zij slaat hard terug met: “Als het er maar warm en droog is.” “Potverdikkie”, denken wij nog. Dat gevoel van verwarring en gemak tegelijkertijd (kent u dat, lezer?) .Wij stellen vast dat wij het centrum van de stad hebben verlaten en ons op de boomrijke lanen van het buurdorp bevinden, inmiddels ver verwijderd van ons oorspronkelijke reisdoel. Wij krijgen stellig de indruk dat het reisdoel al bepaald is. Nu is het onze beurt om eens breed te grijnzen.

Wij sluiten genietend van het moment heel even onze ogen. Een seconde of twee hooguit. Nog steeds wisselen we geen woord. Maar het is goed. Heel goed zelfs. Wij herinneren ons de eerste twee (en tot nu toe enige) coupletten van de toekomstige wereldhit Drive die wij ooit schreven:

Taillights flashing
Your hands on the wheel
And the songs on the radio
Just can’t describe
The way that I feel

Don’t know where I’m goin’
But we’ll get there tonight
Our hands meet on your jeans-covered thigh
And I know
We’re goin’just right

Lezers, wij hoeven u niet uit te leggen hoe het verder gaat. Hoe haar huisje in het bos ligt. Hoe de haard er lustig op los knappert. Hoe zij alleen nog wat Franse kaasjes en rode wijn in huis heeft. Hoe wij elkaar verbazend veel te vertellen blijken te hebben. Hoe de avond nacht wordt en hoe woorden daden worden. En hoe wij de volgende dag een dagje werk overslaan omdat er nog zoveel te vertellen valt en er ook nog op het strand gewandeld moet worden.

Wij staan bij de bushalte staan. Het regent nog steeds hard. In een film was het anders gegaan, bedenken wij nu bewust. Een voertuig maakt zich los uit de verkeersmassa. Het is geen dofrood Alfaatje met lederen dak, maar stadsbus 24 met eindbestemming Kijkduin. De geur van leer en parfum vervliegt en verwordt tot die van bedompte regenjassen. De haard werd onze eigen cv en Franse kaas en wijn blijken boerenkool met worst uit de magnetron. En jij, jij was nergens in de buurt. Maar ja, het leven is dan ook geen film (en wij zijn Hugh Grant niet).

Het enige dat geen droom was, was de soundtrack van onze eigen film zoals die door de mp3-speler geklonken heeft. Deze delen wij hieronder graag met u. Toch hebben wij maar liefst een kwartier van haar kunnen genieten. Wij hadden ook aan werk of huishoudelijke arbeid kunnen denken in afwachting van het openbaar vervoer. Of aan de Ellende in de Wereld of erger nog: aan de afgelopen Algemene Beschouwingen. Wij boffen dus eigenlijk maar.

Het enige wat wij ons wel stellig hebben voorgenomen is om in een volgende droom haar kenteken te noteren. Misschien vinden we haar dan nog eens terug…

Als beloofd de soundtrack van de vroege film van vanavond:

Fleetwood Mac – Need Your Love So Bad

Saybia – I Surrender
I surrender myself
Into the arms of a beautiful stranger

The Eagles – One Of These Nights
I’ve been searching for the daughter of the devil himself
I’ve been searching for an angel in white
I’ve been waiting for a woman who’s a little of both
And I can feel her but she’s nowhere in sight

Advertisements