Prepensioen

De afgelopen week vond dan eindelijk het langverwachte debat over de AOW plaats in de Tweede Kamer. Niet alleen langverwacht omdat Balkenende c.s. dit onderwerp- zoals alle ingwikkelde onderwerpen- een tijd voor zich uit hebben geschoven; maar vooral omdat het AOW-vraagstuk natuurlijk jaren geleden al aangepakt had moeten worden. De vergrijzing en ontgroening, met alle consequenties voor onze verzorgingsstaat, laten zich immers al een paar decennia keurig voorspellen.

Als er eerder was ingegrepen, had het met minder grote consequenties gekund. Maar de nood was nog niet hoog genoeg, en de generatie bestuurders en politici van toen- vooral “sociaal” democraten als Wim Kok, Lodewijk de Waal en Ad Melkert- hadden geen trek om maatregelen af te kondigen die vooral hun eigen generatie zou treffen. Tot zover “Regeren is vooruitzien” van de zogeheten progressieven.

Maar nu is de PvdA door de pomp en klom zelfs Mariëtte Hamer op de zeepkist om de hervormingen vurig te verdedigen. De weerstand komt nu uit het kamp van de notoire nee-zeggers in de FNV, PVV en SP. Hamer zette deze anti-partijen tijdens het debat treffend in de hoek door ze te wijzen op hun stuitend gebrek aan solidariteit met jongeren.

En zo is het maar net: in ons systeem financieren de jongeren het pensioen van de ouderen. Op zichzelf is daar niks mis mee en heeft het jarenlang prima gewerkt: maar als de verhouding tussen het aantal jongeren en ouderen scheef groeit, dan moet een te klein aantal schouders teveel lasten dragen. De zogenaamde ‘grijze druk’ (het aantal ouderen ten opzichte van het aantal werkenden) is sinds de invoering van de AOW met ruim 70% toegenomen. Je hoeft geen Nobelprijs in de Economie te hebben om te begrijpen dat we dat niet volhouden.

Deze scheve verdeling van lasten is met de te verwachten demografische ontwikkelingen niet alleen van toepassing op financiële kwesties als de AOW of- nog zo’n hoofdpijndossier- de zorg. Met de demografische ontwikkelingen wijzigt de samenstelling van de bevolking. Ouderen- of mensen die dat bijna zijn- worden een grote groep en in ons democratisch bestel steeds machtiger.

Veel aandacht gaat uit naar het aanpassen van onze samenleving voor de ouder wordende medemens, en dat is natuurlijk terecht: we bouwen woon/zorg-complexen, verbeteren van voorzieningen als openbaar vervoer en wijkgebouwen en ontwikkelen diensten om mensen langer op een prettige manier thuis te laten wonen.

De groeiende aandacht voor ouderen, steekt schril af tegen het gebrek aan aandacht voor de toekomstige positie van jongeren: schooljeugd, studenten, jong volwassenen, ouders met opgroeiende kinderen. Wat gaat er gebeuren met ons verenigingsleven? Of de inrichting van de openbare ruimte? Of het evenementenbeleid van gemeenten? Wie zorgt ervoor dat de vergrijsde samenleving, zeker in krimpregio’s langs de Duitse grens van Groningen via De Achterhoek tot Limburg, ook voor hen leefbaar blijft?

Het is algemeen bekend dat veel ouderen hechten aan traditie en rust willen. Ze voelen zich kwetsbaar in het maatschappelijk verkeer en hebben sterk behoefte aan sociale veiligheid. Wordt Nederland dan straks een resort voor gepensioneerden? Een keurig aangeharkt park waar voetballen op het grasveldje gegarandeerd op een standje van de buurman komt te staan? Een Openluchtmuseum waar jongeren als minderheid gedoogd worden? Een Anton Pieck-achtige idylle die vooral niet verstoord mag worden door versterkte muziek op straat of andere ‘wantoestanden’?

Volgens mij zit niemand te wachten op een nieuw generatieconflict: dat is zó sixties. Het is te hopen dat jongeren de komende jaren kunnen rekenen op solidariteit. Het is duidelijk dat ze daarvoor bij de FNV, SP en PVV niet hoeven aan te kloppen.

The Who – My Generation

Cat Stevens – Father and Son

Bruce Springsteen – Independence Day

Advertisements