Lezers,

afgelopen woensdag mochten wij een tamelijk ongebruikelijk compliment in ontvangst nemen. Wij ontmoetten toen, bij toeval, een ex-vriendinnetje. En met ex bedoelen wij ook ex: het was 15/16 jaar geleden dat wij romantisch met elkaar verbonden waren. Zij woonde toen in Groningen. Wij in Leiden. Wij toerden met een muzikale theatergroep door het land. Zij maakte deel uit van een jaarclub. U kent ze wel die jaarclubs van weleer: ruim een dozijn heerlijke, wereldontdekkende en stout uit de ogenkijkende dames.

Maar goed, wij kwamen haar dus tegen. En dan maakt men een praatje, want zo gaat dat. Hoe het is met haar, haar man en haar kinderen. Zij wist mij verder te vertellen dat zij, als ware het toeval, afgelopen weekend weer eens een weekendje met de jaarclub bij elkaar hadden gezeten, wij menen dat het op een der eilanden in het Noorden was. De dames herinnerende is het daar vast niet bij een colaatje en een spaatje gebleven. Anyway: men sprak daar natuurlijk ook over de tijd van weleer. Dus ook over mannen en in het bijzonder ex-vriendjes. Welnu, daar komen wij in beeld.

Zo’n dames collectief staat natuurlijk, zonder dat dat hardop wordt uitgesproken, bol van de wedijver. Wie heeft de beste baan? Wie heeft er al rimpels? Wie heeft de slimste kinderen? Maar ook, zo vertelde zij: wie heeft het leukste ex-vriendje? Haha, lezer, wij merken dat u hem voelt aankomen! Inderdaad: dat waren wij. Wij bleken unaniem verkozen tot leukste ex-vriendje van de jaarclub.

De scherpe lezer zal onmiddellijk opmerken: maar Redactie, wat schiet u daar nu mee op? Laat staan op het relationele vlak? Lezers, u heeft volstrekt gelijk! Wij beseften ons dat ook, vrijwel onmiddellijk zelfs. Maar toch: het leukste ex-vriendje. Terugkijkend vindt de hele club dat wij de leukste ooit aan de club gebonden (en nu niet meer) man zijn. Wow! Ondanks de betekenisloosheid wellicht voor dit moment vervult ons dat van een groots gevoel.

Laat ons een beeld schetsen van die tijd. Het was de tijd dat wij slechts gewapend met een akoestieke gitaar en een drietal dichtbundels (Slauerhoff, Achterberg en Bloem) op goed geluk naar Groningen trokken. Op goed geluk bijna vier uur in de trein om te zien of we haar konden verrassen met een nieuw ontdekt gedicht of een onderweg nog te componeren lied. Soms bracht dat Groot Geluk: ze was thuis of we vonden haar, na enig deductief zoekwerk, ergens in het, trouwens weelderige, Groningen.

Soms ook bracht het Diepe Droevenis: ze bleek niet thuis. Wij zeggen ‘bleek’ want de mobiele telefonie was nog niet dermate wijdverbreid dat je elkaar even belt. Neen, wij zaten dan op een van de drie kille treden die naar haar deur leidden te wachten tot ze kwam. Eerst een beetje kijkend naar de langslopende mensen die zich door de avond over haar plein naar huis begaven. Rond elven maakten we een rondje langs de plaatsen waar ze altijd kwam. Maar ze was er niet.  Na énen werd het stil op haar plein. Zachtjes tokkelden wij wat op de tevoorschijn gehaalde gitaar. Maar ze kwam niet. Zo tussen drie en vier wordt het dan ineens koud. Wij trokken dan, langs de route die zij het meest waarschijnlijk naar huis zou lopen, weer richting het centrum van Groningen. De CinemaBar aan de Grote Markt is 24 uur per dag open. Men kan er poolen of een soort tafelijshockey spelen of gewoon een biertje drinken. Wij namen koffie. Tegen zessen slenterden wij over de markt in opbouw op zoek naar een vroeg broodje. Nog steeds koud en in vertwijfeling.

Lezers, ze bleek op excursie in Brussel. En kwam die ochtend rond elven weer thuis. Wij verzekeren u: het was een warm weerzien, ook al bleef de gitaar in de koffer. Het was, lezer, dus een tijd van grote hoogten en diepe dalen. Een tijd van je best doen volwassen te worden, maar tegelijkertijd vol dramatiek een kleine jongen te blijven. Een tijd waarin je doet wat goed voelt, maar daar vervolgens als nooit tevoren grote twijfels bij hebt. Dat wij nu net ten aanzien van die periode benoemt worden tot het leukste ex-vriendje, daar zijn geen woorden voor.

Wij willen ten slotte graag een aantal mensen en instanties bedanken zonder wie dit succes nooit mogelijk was geweest. Natuurlijk S. voor het beginnen en opbreken van onze relatie destijds (om vervolgens jaren later te beweren dat wij dat hadden gedaan!). Natuurlijk danken wij ook de andere dames van jaarclub R. voor hun kennelijk beperkte mannensmaak in die periode. Verder natuurlijk de NS, de CinemaBar, de heren Slauerhoff, Achterberg en Bloem en niet te vergeten de naamloze koreaanse kindertjes die mijn toenmalige akoestieke gitaar in elkaar lijmden. Jullie bijdrage was stuk voor stuk elementair. Als laatste zouden wij graag onszelf, zoals wij toen waren, willen danken voor onze jeugdige onnozelheid en ons grenzeloos gevoel door dramatiek. Zonder die ons van toen waren ons veel prachtige herinneringen onthouden.

En dat is misschien wel de kern, waarachtige lezer: wij hebben prachtige herinneringen aan die tijd en aan S. en haar club. Maar herinneringen zijn subjectief: soms twijfelen wij wel eens of wij het niet inmiddels idealiseren. De benoeming tot leukste ex is voor ons de erkenning dat dat inderdaad een fantastische tijd was en niet slechts een terugkijken in milde nostalgie….

Bob Seger – Like a Rock

Journey – Stone In Love
Those crazy nights
I do remember in my youth

Bon Jovi – Never Say Goodbye

Advertisements