Lezers,

Hedenavond trokken wij de gordijnen iets opzij bij het horen van…. ja van wat eigenlijk? Misschien hoorden wij wel niets, maar bekroop ons het gevoel dat we iets hadden moeten horen. Hoe dan ook: wij trokken de gordijnen iets opzij. Buiten was het nevelig nat. Tegen het gebouw tegenover ons stond een figuur. Een man zo te zien. Hij stond, met een been opgetrokken, tegen de muur van het gebouw. In de schaduw. Het leek alsof het licht van de straatlantaarns hem niet kon raken. Integendeel misschien wel: het licht van de lantaarn verduisterde hem nog meer, zo leek het, dan wanneer het er niet geweest was. De verschijning van de man riep bij ons geen alertheid op. Wij hadden niet de neiging weg te duiken of 112 te bellen. We hadden niet het idee dat hij iets kwaads in de zin had. Het boeide ons niet eens dat hij daar stond of wat hij daar deed. Hij stond er gewoon. Punt. Hoe lang hij er al stond?  Geen idee. Wij stonden in het raam en keken naar hem. Wij hadden het gevoel dat hij terugkeek. Na een minuut of vijf verlaatte zijn opgetrokken been de muur van het gebouw, trok hij zijn lange jas recht en liep hij door. Waarom? Waarheen? Wie zal het zeggen? De nacht in. De straat uit. Door. Verder.

Lezers, wij maken graag goed wat wij bij zijn vertrek hebben verzuimd en groeten De Vreemdeling met een 3tal.

Leonard Cohen – Stranger Song

Frank Sinatra – Strangers In The Night

Richie Sambora – Stranger In This Town
Advertisements