Search

3vandaag

Tag

Southside Johnny

3vandaag nr.508, 9 mei 2010

Lezers,

Vandaag hadden wij het te doen met de gemiddelde Italiaanse wielrenner. Immers, stelt u zich het eens voor: al het hele voorjaar rijdt u door regen, wind, sneeuw en meer Beneluxueus weer de ene wielerklassieker na de andere. De ronde van Vlaanderen, van Luik naar Bastenaken en, verdorie, weer terug. De Cauberg op. De muur van Geraardsbergen. De muur van Huy. En zo gaat het maar door.

Wij stellen ons voor dat er maar een enkele gedachte is die een Italiaanse renner daar doorheen sleept: straks komt de Giro en dan rijden we gewoon heerlijk door het lenterijke Italiaanse land. Cypresje hier, wijnrankje daar. Wij hoorden de, inmiddels met pensioen zijnde, Italiaanse topcoureur Mario Cipollini vanmiddag in het NOS-verslag nog vertellen welk een rust het bracht te weten dat er na de rit in ieder geval een fatsoenlijk bord pasta op tafel kwam.

Het zit de Italiaanse hardfietsers dit jaar echter niet mee. Tot hun grote schrik moeten zij na de voorjaarsklassiekers hebben vastgesteld dat de enkele reis terug naar Bella Italia nog niet geboekt kon worden. De Giro start in Amsterdam en kruist enkele dagen door ons vlakke land, waar de lente zich voor alsnog verstopt achter de inmiddels weer asvrije bewolking.

In gedachten ondersteunen wij die arme Italiaanse cyclisti. Voor hen is het immers nog een lange, lange weg naar huis….

Bob Seger- The Long Way Home


Southside Johnny – All The Way Home


Roger Hodgson – Take The Long Way Home

Advertisements

Een goed gesprek

Die Sprache ist die Gesittung selbst. Das Wort, selbst das widersprechendste, ist so verbindend. Aber die Wortlösigkeit vereinsamt. Thomas Mann

(Spraak is de beschaving zelf. Het woord, zelfs het meest tegenstrijdige, zorgt voor contact. Maar het zwijgen vereenzaamt.)

Praten, dus: ja, ik lust er wel pap van.

Van spreken, kletsen, babbelen, kwekken, beppen, lullen en ouwehoeren ook. En niet zo’n beetje: blaren op de tong, oren van het hoofd. Als Brugman.

Toen ik een jaar of drie was voorspelde een buurman mijn moeder dat haar zoon ooit nog carrière zou maken met het verkopen van lege flesjes bier. Zo gebekt was dat jong.

Hij heeft bijna gelijk gekregen. Ik werk nu twaalf jaar als consultant, en sinds anderhalf jaar bovendien in het hoger onderwijs. Dat betekent dus véél praten: vragen stellen, uitleggen, overtuigen, discussiëren.

En helaas ook vergaderen. In vergaderingen ontbreekt vaak één essentieel element voor een goed gesprek, namelijk ‘luisteren’. Gek genoeg bestaan daar geen synoniemen voor. Wel in de betekenis van ‘gehoorzamen’, maar niet in de betekenis van ‘oplettend het gehoor gebruiken opdat je de ander goed begrijpt’.

Omdat er in vergaderingen zo slecht wordt geluisterd, leveren ze zelden goede gesprekken op. Vaker draaien ze uit op geritualiseerd langs elkaar heen zwetsten. Galopperend op stokpaardjes in vliegende vaart open deuren intrappen.

Ik had een collega die vond dat luisteren niet veel meer was dan plichtmatig zwijgen totdat de ander was uitgesproken, zodat hij zelf weer mocht.

Maar luisteren is ook moeilijk. Eén van de redenen waarom we zoveel moeite hebben met luisteren naar de ander, is dat er vaak een ander stemmetje door het gesprek heen kwekt. Da’s het stemmetje in je hoofd dat de zinnen van de ander afmaakt voordat ie is uitgesproken: “Hou maar op, ik weet wel wat je wil zeggen. Ik snap precies waar jij naartoe wilt, en dat ga ik je nu vertellen.”

Ik denk dat iedereen wel zo’n buurvrouw of tante heeft die in een lopende conversatie jouw zinnen voor je afmaakt. Omdat ze je zo goed begrijpt. Ja, ja…Een collega- of nog erger: adviseur- die beweert dat ie ‘aan een half woord wel genoeg heeft’, is trouwens niet veel beter volgens mij.

Een goed gesprek is een Kunst. William Isaacs schreef er een briljant en inspirerend boek over: Dialogue- The Art of Thinking Together. Over hoe onze gesprekken vaak ontaarden in discussies en debatten. En hoe we met een dialoog veel meer kunnen bereiken. Vooral belangrijk: luisteren, je eigen oordeel opschorten, proberen te begrijpen en tenslotte zelf zeggen hoe je er écht over denkt.

Afgelopen week was ik op een netwerkbijeenkomst voor jonge medewerkers van de onderwijsinstelling waar ik werk. Doel van de sessie: je collega’s beter leren kennen. Aan de hand van een paar oefeningen werden we uitgenodigd om steeds dieper met elkaar in gesprek te gaan: Wat houdt je bezig? Wat drijft je? Waardoor word je ontroerd? Wanneer heb je voor het laatst ergens erg van genoten?

In één woord: geweldig. Dat moesten we veel vaker doen: wanneer heb jij voor het laatst een echt goed gesprek gehad?

Ik zou je nu heel graag ‘Proat met meej’ van Rowwen Hèze willen laten horen. Maar ik merk dat de internetverbinding met De Peel hapert. Vandaar een ietwat uitbundig vriendenclubje uit New Jersey:

Southside Johnny & the Asbury Jukes ft. Bruce Springsteen & Sam Moore – Talk to Me

Griep?

Zutphen hangt een dagje op de bank griepig te wezen. Aanvankelijk werd zondag het feestje van de avond ervoor als boosdoener aangewezen, maar toen de kloppende hoofdpijn eenmaal was weggetrokken bleven de spierpijn, rillerigheid en kloppende sinussen.

Over ‘De Griep’ doen de laatste jaren onrustbarende verhalen de ronde. De vraag is niet óf, maar wannéér de mensheid getroffen gaat worden door een pandemie. En da’s slecht nieuws. Want de laatste grote uitbraak van de Spaanse Griep, aan het einde van de Eerste Wereldoorlog, zorgde wereldwijd volgens voorzichtige schattingen voor circa 40 miljoen doden; ruimschoots meer dan de Grote Oorlog zelf.

En weet u waar deze ellende vandaan kwam ? Juist, ja: uit de Verenigde Staten. Meegenomen naar Europa door Amerikaanse soldaten die aan het front kwamen vechten. Hartstikke nobel natuurlijk, en het zou niet de laatste keer zijn dat de Yanks onze rommel kwamen opruimen. Maar dan hadden ze het H1N1-virus beter thuis kunnen laten.

Waarschijnlijk is er een foutje gemaakt bij het inenten: een militair kreeg een kleine dertig spuiten voordat ie op de boot mocht. Natuurlijk om hem te beschermen tegen allerlei enge ziekten in de Oude Wereld, maar het was wat te veel van het goede. Deskundigen geloven dat H1N1 een product is van doorgeslagen mutaties.

De Spaanse Griep kostte het Amerikaanse leger bijna evenveel slachtoffers als de oorlog- zo’n 43.000. Aan het einde van de oorlog had het virus ook de andere strijdende partijen aangedaan, en de grootste klappen vielen toen de soldaten bij hun thuiskomst feestelijk werden ingehaald. In deze massabijeenkomsten verspreidde H1N1 zich razendsnel onder de bevolking. In de VS kostte de Spaanse Griep 675.000 mensen het leven. In West-Europese landen als Frankrijk en Engeland vielen honderdduizenden doden; in Rusland en India enkele miljoenen.

Opmerkelijk detail aan de Spaanse Griep is dat vooral jonge volwassenen het slachtoffer werden. En dat velen de aanval overleefden door een flinke dosis sterke drank tot zich te nemen.

Wat hiervan relevant is voor mijn malheur? Geen idee. Behalve dan dat mijn vrouw vindt dat ik me altijd een beetje aanstel als ik een griepje heb: “Zoals alle mannen.” De schat heeft gelijk: het kan allemaal nog véél erger.

Ik denk dat ik zo nog maar een borrel neem. Voor de zekerheid.

Southside Johnny & The Asbury Jukes ft. Bruce Springsteen – The Fever

JJ Cale – Call the Doctor

Dr. Feelgood – Milk and Alcohol

Buurman Johnny

Stel je voor: die buurman van een paar huizen verderop- doet iets bij een installatiebedrijf ofzo; beetje sjofel, maar groet wel altijd vriendelijk als ie z’n hondje uitlaat- leidt een dubbelleven. Hij heeft namelijk, nog van de MULO van vroeger, een paar begenadigde muzikanten in zijn vriendenkring. En zelf een gouden strot, met Soul, véél Soul.

Samen hebben ze al sinds midden jaren ’70 een band, maar hoewel ze de sterren van de hemel spelen en innig hebben samengewerkt met een paar Heel Grote Namen- je buurman mag ze gewoon Jon, Steve, Bruce en Nile noemen- is het Grote Succes uitgebleven.

Waardoor dat komt kan niemand echt verklaren. Waarschijnlijk vooral een kwestie van domme pech- begin jaren ’90 ging midden in een zeer succesvolle wereldtoernee de platenmaatschappij op de fles- en ongelukkige timing. Zelf vinden ze dat natuurlijk jammer,maar het is ze niet aan te zien.

Echt rijk is ie er dus ook nooit van geworden. Dat kon ook niet, als je die achtkoppige band mee op tour moet nemen. En reken maar dat de barrekeningen na afloop altijd weer tegenvallen. Vooral de vier blazers lusten wel een slok, zoals blazers betaamt. Maar gezellig is het wel!

En gezellig wás het, gisteravond in Paradiso met Southside Johnny & The Asbury Jukes. Een weerzien ook: ze komen bijna elk jaar, helemaal vanuit New Jersey.

Wat het is: Soul, Blues en Rock, met Hoofdletters. Hoe het klinkt: Phil Spector meets Booker T and the MG’s. Of nog beter: The E-Street Band zonder sterallures. Maar eigenlijk gewoon authentiek als The Jukes: een club vrienden die na vijfendertig jaar samen nog steeds vreselijk veel plezier beleven op het podium.

Dampend, stampend, deinend en jankend. Van zichtbaar getergd tot uitgelaten baldadig en op het randje van krankzinnig. Johnny meende de Paus in het publiek te ontwaren. Maar dat niet alleen. De lijnen met het Hiernamaals zijn in zo’n kerk natuurlijk erg kort: ik zweer, broeders en zusters, dat de geest van Otis nog even in ons kwam gisteravond.

Havin’a Party

3vandaag nr.146, 20 september 2008

Lezers,

 

De laatste dag van de zomer mocht er wezen. U heeft waarschijnlijk, net als uw redactie, de hele dag buiten doorgebracht. Uw redactie bevond zich aan het Scheveningse strand waar het een drukte van belang was van bootjes, vliegers en open bolides. Heerlijk. Velen van u zullen, zoals de heer VdV in de blog hieronder al beschrijft, de avond benut hebben voor het opwarmen van vleeswaren volgens oeroude methodiek, waar (houts)kool een belangrijke rol in speelt.

 

Inmiddels frist het wat af en trekt u naar binnen. En wij weten waar u dan zin in heeft. Juist! 3 clipjes eerlijke rockmuziek, liefst live gespeeld. De laatste 3 van de zomer. Laat het u smaken.

Southside Johnny – I’ve been workin’ too hard

Herman Brood – Saturday Night

The Who – Baba O’riley

Blog at WordPress.com.

Up ↑